Uncategorized

De brute moord op de gebroeders de Witt en de drooglegging van het Haarlemmermeer

This is a photograph taken of an image originating from an antiquarian book that is part of the Peace Palace Library collection in the Netherlands. The image has been digitized by Bert Mellink and Lilian Mellink-Dikker from the partnership “D-Vorm VOF”.




Een van de meest gedenkwaardige gebeurtenissen in de geschiedenis van Nederland was de moord op het Buitenhof in Den Haag op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt in 1672.
En om misverstanden te voorkomen: Voor zover bekend was er geen “de Hoog(h)” bij deze moordpartij betrokken.
Maar wat heeft de familie de Hoog(h) hier dan wel mee te maken?


Cornelis (links) en Johan de Witt


De vader van de gebroeders Johan en Cornelis de Witt was Jacob de Witt geboren in 1589
Jacob stamde uit het Dordtse regenten geslacht De Witt.
Zijn ouders waren welgesteld en de grootste aandeelhouders in de Zeeuwse kamer van de V.O.C.
Eerder liet ik al zien dat de familie de Hoog ook bij de scheepsbouw voor de V.O.C. betrokken was.

Jacob de Witt was onder andere burgemeester en regent van Dordrecht maar ook  heer van Manezee, Melissant en Cromstrijen.
De oudste zus van Jacob de Witt was Lidia of Liduwe de Witt geboren in 1570.
Deze Liduwe trouwde eerst met Johan van Wesel die 2 jaar na hun huwelijk overleed.

In 1604 trouwde Liduwe de Witt opnieuw met Anthonij de Hoogh Adriaensz. schepen en later burgemeester van Gorinchem en nog een aantal andere belangrijke functies.
We zagen hem en zijn functies eerder bij de beschrijving van het Wapen de Hoogh

Huwelijk Anthoni de Hoogh Adriaensz. van Gorinchem met Liduwe de Wit Cornelisdr. van Dordregt

Het echtpaar  Anthony de Hoogh- Liduwe de Witt waren dus oom en tante van
de vermoorde gebroeders de Witt.


Gelukkig hebben zij de moord op hun neven niet meer meegemaakt omdat beiden inmiddels waren overleden.
Maar als je het Haags Historisch museum een keer bezoekt kijk je misschien toch met een ander blik naar de tong van Johan en de vinger van Cornelis de Witt.

Tong en vinger van Johan en Cornelis De Witt, 1672
Bron: Haags Historisch Museum

De zus van Anthonij de Hoogh Adriaensz. was Elisabeth Adriaensdr. de Hoogh.
Zij trouwde met Johan van der Does, ook afkomstig uit een belangrijke regenten familie.
Johan was secretaris van Gorkum en van het land van Arkel.
Ze kregen samen 9 kinderen, Zoon Adriaan werd later burgemeester van Schiedam.
Zoon Hendrik drost en burgemeester van Gorkum.


Het Haarlemmermeer

 

In de 13e eeuw waren er in het gebied tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden  verschillende meren waarvan de drie grootste het Spieringmeer , het oude Haarlemmermeer en het Leidse meer waren.

 

Door het winnen van turf als brandstof, beperkt dijkbeheer en stormen ging er steeds meer land verloren en moesten kerken soms worden afgebroken.
Uiteindelijk ontstond één groot meer wat het Haarlemmermeer genoemd werd. De afbraak van land door stormen bleef echter gewoon doorgaan daarom werd het Haarlemmermeer of ook wel de Waterwolf genoemd.

Stukken land met boerderijen verdwenen in het water en uiteindelijk werden hele dorpen zoals Rietwijk en Nieuwerkerk door de Waterwolf verslonden en het werd langzaam duidelijk dat er iets moest gebeuren of heel Holland zou gevaar lopen.

In 1617 was (de zelfde als hierboven genoemde) Anthonij de Hoogh Adriaensz. uit Gorinchem de eerste die met een “Vereeniging” bestaande uit 33 personen een Staatsoctrooi aanvroeg voor een plan om het Haarlemmermeer te “bedijken en droog te maken”
Een Staatsoctrooi zou belasting vrijdommen en andere voordelen voor de uitvoerders opleveren die het werk dan op eigen kosten wilde wagen.

Het volgende stukje tekst komt uit het boek “De omvang van het HAARLEMMERMEER en de meren waaruit het onstaan is, op verschillende tijden vóór de droogmaking,
Door J.C. Ramaer, Ingenieur van den Waterstaat
Uitgegeven in 1892


In 1617 werd door 33 personen eene vereeniging gesticht, waarvan REINIER BONTIUS, hoogleeraar in de medicijnen te Leiden, deel uitmaakte, met het doel om octrooi tot droogmaking van het Haarlemmermeer te verwerven. Op 15 Augustus van dat jaar werd eene acte daarvan opgemaakt tusschen hem en CORNELIS SPRONG. Aan het hoofd dezer vereeniging stond ANT. DE HOOGH †. Er werd octrooi gevraagd tot bedijkinge van de Haarlemsche en Leydsche  Meer, waarby wordt versogt praeferentie voor anderen. Ter loops zij opgemerkt, dat hier het Leidsche Meer nog genoemd wordt, hoewel dit reeds sedert anderhalve eeuw één met het Oude Haarlemmermeer was : een bewijs dat uit het vinden van een naam van een meer op zekeren tijd niet volgt dat dit toen een afzonderlijk meer was. In de resolutie der Staten van Holland en WestFriesland van 19 Mei 1617 komt achter de vermelding van het gevraagde octrooi voor waarop niet is gedisponeert. Dat drie maanden later de genoemde acte opgemaakt werd, is een bewijs dat men toen nog niet wist dat niet op het verzoek beschikt zoude worden.

Archief van Rijnland, vermelding van de octrooiaanvraag 1616 of 1617
1e pagina van de aanvraag Staatsoctrooi in 1617 door Anthonie de Hoogh

De aanvraag voor het Staatsoctrooi kwam in de Statenvergadering niet verder, het plan was voor de steden Leiden, Haarlem en Amsterdam niet duidelijk genoeg en dan ging het met name om de belangen van de steden wat betreft visserij rechten, de Haarlemse belangen in het vervoer over water.
Ook toen draaide alles dus om geld.
De steden wilde meer gedetailleerde informatie en Anthonij de Hoogh en consorten wilde deze pas geven nadat het Staatsoctrooi was toegekend.
18 maart 1617 werd in de Statenvergadering besloten dat ze zaak werd aangehouden terwijl enkele stadsbesturen en het Hoogheemraadschap Rijnland “copie der stukken vroegen.
Hierna is niets meer van het plan vernomen.
Er kwamen wel aanvragen en plannen van anderen met betrekking tot de bedijking en droogmaking van het Haarlemmermeer, zoals in 1641 van waterbouwkundige Jan Adriaanszoon Leeghwater (what’s in a name?) maar de politieke discussies bleven bestaan.
Nicolaus Cruquius die plannen had gemaakt voor een sluis bij Katwijk om de doorstoming in de Leidse grachten te bevorderen noemde daarbij ook al dat deze sluis gebruikt kon worden voor de drooglegging van het Haarlemmermeer.
Leiden vreesde zelfs voor de ondergang van de stad en wilde er zelfs niet meer over discussiëren tenzij dit unaniem door het gehele stadsbestuur besloten werd.


In 1836 waren er twee zware stormen waarbij Amsterdam in november en Leiden in december door het water werden bedreigd.
In 1837 besloot koning Willem I dat het meer moest worden drooggemalen waarna het maken van plannen tot 1839 duurde en op 1 juli 1852 viel het Haarlemmermeer uiteindelijk droog, 235 jaar na het eerste plan van Anthonij de Hoogh en consorten.


Er werd een gemaal genoemd naar Leeghwater en Cruquius
Anthonij de Hoogh moet het doen met deze webpagina, maar was wel de eerste met dit plan!

Wapen Anthonij de Hoogh en rechts het wapen van zijn vrouw Lidia of Liduwe de Witt

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *